Geschiedenis

Geschiedenis

De meeste informatie hieronder komt uit het boek Kazakhstan, van Dagmar Schreiber (Odyssee, 2008), de toonaangevende reisgids over Kazachstan (Engelstalig).

De staat Kazachstan bestaat pas sinds 1991, toen het zich afsplitste van Rusland en de andere Sovjet-republieken. In vele eeuwen hiervoor werd op het grondgebied van het huidige Kazachstan strijd geleverd door vele stammen en staten, met inmenging van buitenlandse volkeren.

De eerste sporen van menselijke aanwezigheid dateren van 5.000 jaar geleden, op vele plaatsen. Deze eerste bewoners waren agrariers, geen nomaden. Men heeft altijd aangenomen dat de eerste uitingen van nomadisme op het Kazachse grondgebied stammen uit de periode van de Androvo Cultuur (ca. 2.000-1.500 vC), in het noordoosten (de Altai).

Echter, in maart 2009 werd bekendgemaakt dat uit nieuwe onderzoeken is gebleken dat ruim 1.000 jaar eerder (3.500 vC) in de steppen van Noord Kazachstan al paarden werden gedomesticeerd! Door mensen die hen bereden en de melk dronken.

Ook in de Karasuk Cultuur (ca. 1.500-800 vC) leefden nomadische en sedentarische bevolkingsgroepen in een symbiose, elkaar materieel en spiritueel aanvullend. Vanaf de 8e eeuw vC kwam het Kazachse land steeds meer onder de controle van een golf van Indo-Europees sprekende immigranten, de Saks.

Van hen is weinig bekend. Waarschijnlijk gaat het om een stam of afsplitsing van de Scyths, die naar men gelooft uiteindelijk zijn aangekomen vanuit gebieden ten noorden van China, en die zich gevestigd hebben van de kust van de Zwarte Zee tot aan Zuid Siberie.

Op verschillende plaatsen worden grafheuvels (kurgans) aangetroffen van de Saks. In 1969 werd in de Issyk Kurgan het skelet van een Sakse strijder aangetroffen, de Gouden Man genoemd.

De geschiedenis van het gebied ten tijden van de Saks, en ook later, is obscuur en verwarrend. Een factor die voor soort duidelijk heeft gezorgd is de opbloeiende Zijderoute, het befaamde netwerk van karavaan- en handelsroutes die Oost en West tussen 300 vC en 1600 nC met elkaar in contact deden komen.

Terwijl de Zijderoute ontstond bleef het een komen en gaan van stammen en volkeren op de Kazachse steppen. Van ruwweg 300-200 vC tot het begin van de 13e eeuw werd het Kazachse land gedomineerd door nomadische Turkse volkeren, afkomstig uit Mongolie en de Altai. In het jaar 960 accepteerde de toenmalige heerser de Islam, hoewel er geen sprake was van een algemene bekering. 

In 1207 startte Djenghis Khan de opbouw van een Rijk dat zou strekken van Peking tot aan de Donau. Vanaf 1218 viel hij een gebied aan met de naam Semirechye (Zhetisu, het land van de zeven rivieren tussen het Tien Shan gebergte en het Balgash meer), oftewel het land dat tegenwoordig ongeveer de provincie Almaty beslaat. In 1220 trok hij verder naar Otrar en de andere steden van Centraal Azie, in het huidige Zuid Kazachstan en Oezbekistan.

Hoewel de Mongolen de bestaande agrarische sector en infrastructuur verwoestten, werden onder hen de handelsroutes weer in ere hersteld en konder Karavanen weer ongehinderd rondreizen. Een tijd van voorspoed en tolerantie brak aan.

Djenghis Khan (overleden in 1227, zijn graf is tot heden toe niet gelokaliseerd...), had bij leven zijn territorium verdeeld onder zijn zonen en de Kazachse landen waren in drie-en verdeeld.

Er brak allereerst een periode van onrust en oorlogen aan, totdat Tamerlane, een krijgsheer en militair genie van Turks-Mongoolse afkomst die zich in de familie van Djenghis Khan had getrouwd, in 1360 het gebied onder controle kreeg. Onder Tamerlane ontstond vanuit de hoofdstad Samarkand (in het huidige Oezbekistan) een tweede Mongoolse Rijk, van India tot aan Moskou.

Tamerlane stierf in Otrar in 1405, en pas vanaf de 15e en 16e eeuw onstaan er Kazachse staten op de Kazachse landen. Allereerst was er sprake van drie Horden (Zhuzy in het Kazachs; de Oude, de Jonge en de Middelste Horde), waarvan het onduidelijk is waar hun respectievelijke oorspong ligt. Tot op de dag van vandaag zijn alle Kazachen zich bewust tot welke Horde zijn behoren, en vindt er politieke strijd tussen de groepen plaats!

Vanaf het midden van de 15e eeuw worden deze Horden 'Kazachen' genoemd, hetgeen in het Turks betekent 'vrij', en 'onafhankelijk', en wordt de eerste Kazachse Kanaat gevestigd. Deze weet zich in de eerste helft van de 16e eeuw uit te breiden tot ongeveer de huidige grenzen van Kazachstan. Na enkele binnenlandse conflicten wordt in 1598 een vredesovereenkomst getekend en begint een periode van ongeveer 100 jaar van betrekkelijke rust en welvaart.

Maar welvaart leidt tot jaloezie, en onder het Kazachse Kanaat tot nieuwe machtclaims en conflicten, ook tussen de drie Horden. De Kanaat verzwakte en werd in het begin van de 18e eeuw aangevallen door de Jungaren, een Lamaistische-Boeddhistische stam uit West China. Het Kanaat, in de persoon van Tauke Khan, voelde zich in 1717 gedwongen tot het zoeken van steun bij de machtige noordelijke buur Rusland.

De voortdurende aanvallen van de Jungaren, (de' Jaren van Grote Droefheid' heet deze periode onder de Kazachen) leidden tot een tijdelijk opschorting van de onderlingen twisten bij de Kazachen en de drie Horden werden wederom herenigd. Maar niet voor lang. In 1731 hadden de leiders van de Jonge Horde zo weinig vertrouwen in hun eigen krachten dat zij een assistentie pact sloten met Rusland en zichzelf onder Russische soevereiniteit plaatsten.

In de volgende 150 jaar zou het hele Kazachse grondgebied deel worden van het Russische Rijk, gevolgd door een aanvankelijk vredige kolonisatie. De ruim 300 opstanden tijdens deze kolonisatie vormen het bewijs dat niet iedereen het eens was met deze aansluiting bij Rusland. In 1868 versloeg Rusland de Khan van Kokand waarmee heel het huidige Kazachstan onder macht kwam.

Talrijke Russische boeren vestigden zich in Kazachstan en land werd geconfisceerd van de nomaden, die langzaam maar zeker hun middelen van bestaan werden ontnomen. Hoge belastingen werden geintroduceerd en massale armoede onder Kazachen was het gevolg. Een koninklijk besluit tot militaire dienstplicht was de laatste druppel; onder het mom van Islam kwam een verenigd front van nomaden, boeren, bestuurders en handelaren in opstand (de Grote Opstand) in 1916. Deze opstand werd hard neergeslagen, maar kwam ten tijde van de Oktober Revolutie in Rusland (1917) weer tot leven.

Een Rusland zonder Tsaren deed in Kazachsten de hoop leven op onafhankelijkheid en democratie en in oktober 1917 werden in Orenburg (nu Rusland) tijdens het Kazachse Congress de eerste stappen in die richting genomen en werd Orenburg de eerste Kazachse hoofdstad. 

Maar in de daaropvolgende onrust van de Burgeroorlog, die ook in Centraal Azie woedde, verkreeg Kazachstan 'slechts' de status van autonome republiek, tezamen met Kirgizie. Tot 1936, toen Stalin nieuwe, arbitraire grenzen trok en de landen splitste, het zaad plantende voor latere oorlogen...

De Stalinistische periode zorgde voor blijvende littekens bij de Kazachen. Onder het mom van liberalisatie en het ontdoen van achterlijkheid, werd het de Kazachen verboden om hun eigen, unieke manier van leven voort te zetten. In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw werd door Stalin de collectivisatie doorgevoerd onder de nomadische Kazachen, met als gevolg grootschalige hongersdood en emigratie. Twee mijoen Kazachen verloren het leven, en een miljoen vertrok naar het buitenland, gezamenlijk de helft van de bevolking... Deze periode wordt de Kazachse Tragedie genoemd.

Vervolgens werden talloze werkkampen opgetrokken in Kazachstan en werden tijdens WOII hele volkeren door Stalin naar het land verplaatst (Duitsers, Tsjetjenen, Koreanen, Grieken, Tataren, Kalmoekken e.a.). Vreemdelingen, die allemaal konden rekenen op de grote gastvrijheid van de ontvangende Kazachen.

Na de oorlog, onder het Sovjetbewind, kreeg Kazachstan volop te maken met uitwassen en experimenten van de machthebbers in Moskou. Zo startte Chroetsjew het Virgin Lands Program, waarbij alleen in Kazachstan 255.000 km2 steppe werd omgeploegd voor cultivatie van granen. Met de ploegen arriveerden ook grote aantallen, vooral jonge, immigranten. De ecologische en sociale gevolgen van deze grote veranderingen van het Kazachse land en bevolking zijn ook nu nog voelbaar.

In 1949 werd een gebied nabij Semipalatinsk in het noordoosten gekozen als testgebied voor atoomwapens. Tot 1963 werden vele proeven bovengronds gehouden, daarna en tot de laatste in 1989 ondergronds. De desastreuze gevolgen voor de lokale bevolking waren voor Stalin en zijn opvolgers van ondergeschikt belang. Eind jaren 80 kwam de bevolking in opstand, ontstond de Nevada-Semipalatinsk Beweging, en in 1991 werd het gebied gesloten. Ondanks deze tragedies ontwikkelde Kazachstan zich in deze jaren voorspoedig, zowel wat betreft de industrie als cultureel en wetenschappelijk.

Net als in de overige republieken van de Sowjetunie bereikte de perestroika eind jaren 80 ook Kazachstan. Een eerste teken waren Kazachse onlusten in december 1986 voor meer nationale invloeden in het bestuur. Op 16 december werden demonstranten met vuur beantwoord en kwam een onbekend aantal mensen om het leven. Op 16 december 1991 (een bewust gekozen datum) riep de toenmalige Sowjet-leider Nazarbaev de onafhankelijkheid uit van de Republiek Kazachstan, als laatste van alle Sowjet-republieken.

Ondanks alle moeilijkheden is Kazachstan er onder Nazarbaev in geslaagd om zich economisch voorspoedig te ontwikkelen. Niet in de laatste plaats door grote voorraden olie en andere grondstoffen, alsmede een economisch liberaal beleid. Het belangrijkste is dat Kazachstan er, ondanks een potentieel gevaarlijke mix van volkeren en religies, in geslaagd is om de rusten vrede te bewaren, wat voor een groot deel op het konto van Nazarbaev mag worden geschreven. Als gevolg van die stabiliteit hebben buitenlandse investeerders het land op grote schaal ontdekt en ziet de toekomst, anno 2010 nog immer onder Nazarbaev, er voor Kazachstan zonnig uit.